Carnaval in Brazilië, rechtspraak van de week (met een bijdrage van de vader van Lodewijk Stegeman) Carnaval in Brazilië, rechtspraak van de week (met een bijdrage van de vader van Lodewijk Stegeman)

 

Van Staphorst naar Mekka


Van het Noorden van Brazilië naar het Zuiden is ongeveer even ver als van Staphorst naar Mekka. Het ligt dan ook voor de hand te denken dat er grote verschillen zijn in de manier waarop het carnaval wordt gevierd. En dat is ook zo.

In Nederland kent iedereen het beroemde carnaval van Rio, met zijn samba-scholen en de beroemde plaatjes van de stevige borsten van de bijna blote carnavals-prinses. Die heeft altijd nog net wel een stringetje aan. Een string heet in het portugees eenfio dental (="tandflosdraad"). Dat benadert vrij goed de werkelijkheid, al is een tandflosdraad breder dan het draadje dat de vrouwelijke schaamstreek verhult.

In Brazilië is het niet het carnaval van Rio, dat bekend staat als het beste carnaval. Die eer valt ten beurt aan Salvador. Salvador is de hoofdstad van de staat Bahia, met een relatief "zwarte" bevolking. In de muziek zijn dan ook veel Afrikaanse invloeden te herkennen. Toen ik rond nieuwjaar in Salvador was, werden de kilometers-lange tribunes langs het Carnavals-optocht-tracé al opgebouwd. Veel bewoners sparen het hele jaar door om met Carnaval helemaal uit hun dak te kunnen gaan.

Lang niet alle plaatsen vieren hun carnaval in de carnavalstijd. Veel plaatsen hebben een buiten-het-seizoen-carnaval. Dat kan probleemloos, want de religieuze link (het begin van de vastentijd) speelt amper of geen rol.

Een steeds groter volksdeel mag trouwens niet meedoen. Want met de gristelijke kerken gaat het goed. Die winnen steeds meer zieltjes en hebben van de Here God vernomen dat het carnaval niet deugt.

Maar in de buurt waar ik woon, wordt het feest volkomen anders gevierd dan in Rio of Salvador. Eén van de verschillen is dat het carnaval zich juist buiten de steden afspeelt. Honderdduizenden mensen trekken rond carnaval uit de steden naar de kustdorpen, waar het één liederlijke zooi wordt. Toen ik vrijdagmiddag "de verkeerde kant op reed" (van mijn dorpje naar de miljoenenstad Fortaleza) kwam mij dan ook een onafzienbare file tegemoet. Duizenden auto's. En bovenop elke auto een koelkast en een handvol matrassen.

Elke dag vangt het liederlijke gedoe aan met het "mela-mela": het elkaar vies maken met tapiocameel (wit poeder) en met een scheerschuimachtige substantie, die in spuitbussen wordt verkocht. En ondertussen: zuipen, zuipen, zuipen. Een paar dagen lang lapt iedereen alle normen aan zijn laars. Onvoorstelbaar drankgebruik staat bepaald niet in de weg aan vrij spel voor libidineuze neigingen. Van overheidswege wordt getracht dat te faciliteren, zonder er al te veel medische kosten voor te hoeven maken. Daarom worden er dezer dagen in het hele land bijna een half miljard (!) gratis condooms verspreid, volgens mijn berekening geschikt voor ongeveer anderhalf miljoen liter ejaculaat. Een belangrijk deel daarvan komt terecht op ons dorpspleintje, waar het zich mengt met het tapiocameel en in de op het carnaval volgende maanden hinderlijk gaat stinken.

Zeer feestelijk.

 

Naaiende katholieken


"De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk! Maar díe naaien erop los! Die planten zich voort! Als konijnen, ratten, vlooien, luizen. Die emigreren niet! Die blijven wel zitten in Brabant en Limburg met puisten op hun wangen en rotte kiezen van het ouwels vreten!"

Aldus Lodewijk Stegeman's vader in Hermans' roman "Ik heb altijd gelijk" (1951). Het leverde Hermans strafvervolging op. Hij zou een volksdeel hebben beledigd. Zowel in eerste aanleg als in beroep kwam er vrijspraak van, omdat de belediging was gepleegd door een "fictief romanpersonage".

Hé Geert! Ze spreken je tegenwoordig vrij voor heel wat ergere uitspraken, zonder dat er een fictief roman-personage aan te pas hoeft te komen. Doe es wat aan die versofting! Veroordelen zullen ze! Met minimumstraffen!

 

Rechtspraak van de week.

 

Een overzichtelijk weekje, met aardige uitspraken. U treft de acht uitspraken uit de categorie "civiel overige" hieren die ene die faillissementsrechtelijk van aard is hier. (Die onderverdeling heb ik ook niet bedacht. Bij de indeling van de uitspraken van de HR hanteert Rechtspraak.nl de categorieën "Belasting", "straf", "faillissement" en alle andere, die dan luisteren naar de naam "civiel overig".)

De casus bij het faillissementsrechtelijke arrest (LJN BU6552, Rabo Maashorst – mr Kézér q.q.) is als volgt. A heeft zijn bestaande en toekomstige vorderingen, waaronder de vorderingen uit rekening-courant-verhoudingen, geldig stil verpand aan de Rabobank. Als debiteuren van A betalen op de rekening van A bij Dresdner Bank, laat A het daardoor bij Dresdner Bank ontstane banksaldo overboeken naar de Rabobank. A gaat failliet.
Onder "gezonde" omstandigheden mag een bank natuurlijk al hetgeen hij voor een rekeninghouder ontvangt, (in rekening courant) verrekenen met hetgeen hij van die rekeninghouder te vorderen heeft.
In het zicht van het faillissement en zelfs na faillissement kan die verrekeningsbevoegdheid ook bestaan, maar dan onder de voorwaarde dat zowel de schuld als de vordering "voortvloeien uit handelingen, vóór de faillietverklaring met de gefailleerde verricht" (53 Fw).

Maar de bank van de gefailleerde mag bijschrijvingen niet meer verrekenen met een debetstand, als zij weet dat het faillissement van de schuldenaar reeds is aangevraagd (Loeffen-Mees & Hope I, HR 8 juli 1987, LJN: AC0457, NJ 1988, 104), of  als zij "op het ogenblik der verkrijging wist dat de schuldenaar in een zodanige toestand verkeerde dat zijn faillissement, onderscheidenlijk zijn surseance van betaling was te verwachten" (Tilburgse Hypotheekbank, HR 7 oktober 1988, NJ 1989, 449).
Een belangrijke uitzondering geldt, wanneer aan de bank stil verpande vorderingen worden betaald, door bijschrijving op de bankrekening. Dan mag de bank weer wel verrekenen (Mulder q.q.-CLBN, HR 17 februari 1995, NJ 1996, 471).

Naar het oordeel van het Hof ontving de Rabobank de overboekingen van de Dresdner Bank nadat zij wist dat het faillissement was te verwachten. (Rabobank klaagt er in cassatie tevergeefs over dat dat oordeel onvoldoende is gemotiveerd).
Volgens Rabobank mocht zij sowieso verrekenen (ongeacht dus, of zij wel of niet wist dat het faillissement was te verwachten). Maar volgens het Hof was de vordering van A op Dresdner Bank, die ontstond doordat na de registratie van de laatste pandlijst debiteuren op de rekening van A bij de Dresdner bank betaalden, niet verpand. Die vordering vloeide namelijk niet rechtstreeks voort uit een ten tijde van de verpanding reeds bestaande rechtsverhouding.

Rabobank klaagt in cassatie over dat oordeel. Ik zou zeggen: klagen tegen beter weten in (Zie het Standaardfilms-arrest, HR 10 januari 1975, NJ 1976, 249). Het cassatieberoep wordt dan ook verworpen.

 

Effectenlease; verjaring van de vernietigingsbevoegdheid van de echtgenote die met haar man een en/of-rekening heeft; de bevoegdheid om een de verjaarde vernietigingsgrond van 1:88 als verweermiddel aan te voeren.

 

Meer dan een decennium nadat door een sterke daling van de beurskoersen de effectenlease-problematiek begon, houdt zij de Hoge Raad nog steeds bezig. De HR wees twee arresten (LJN BU6508en LJN BU6506. De tweede behandelt de zelfde rechtsvragen als de eerste en nog eentje meer. In de bijlage bespreek ik dan ook de uitgebreidste van de twee: LJN 6506.

 

Wanneer is er bij de vervoersovereenkomst sprake van aflevering?

In LJN BT8486gaat het om gestolen waren. Een vervoerder had die waren naar de geadresseerde gebracht, maar toen de vrachtwagen daar aankwam had de geadresseerde (die de goederen nog niet kon opslaan) de chauffeur verzocht de truck met oplegger eerst aan de openbare weg te parkeren. Daar werden de waren s'-nachts gestolen.

De vervoerder vindt dat hij de goederen al had afgeleverd (8:1095 BW), zodat het risico op verlies door diefstal niet meer bij hem lag. Het Hof denkt daarover anders, omdat er volgens het Hof geen wilsovereenstemming over bestond dat de vervoerder de macht over de vervoerde goederen met instemming van de geadresseerde opgaf en deze in gelegenheid stelde de feitelijke macht over de goederen uit te oefenen. De teleurgestelde vervoerder gaat tevergeefs in cassatie.

De HR: "Het middel miskent dat de aflevering waartoe art. 8:1095 BW de vervoerder verplicht geen eenzijdige handeling van de vervoerder is maar moet berusten op wilsovereenstemming tussen partijen in die zin dat de vervoerder de macht over het vervoerde goed met uitdrukkelijke of stilzwijgende instemming van de geadresseerde opgeeft en deze in de gelegenheid stelt de feitelijke macht over het goed uit te oefenen. Aan de hand van de inhoud van de desbetreffende vervoerovereenkomst en de feitelijke omstandigheden van het geval moet worden vastgesteld of aflevering in voormelde zin daadwerkelijk heeft plaatsgevonden (vgl. HR 24 maart 1995, LJN ZC1677, NJ 1996/317, alsmede Parl. Gesch. Boek 8, blz. 67)."

En dan zijn er nog twee arresten over één en de zelfde casus. Ik neem hier vast afscheid van u (tot de volgende week, zonnige groet!), om verder Lodewijk Stegeman's vader aan het woord te laten over die twee arresten.



(wat u vanaf hier leest, is afkomstig van Lodewijk Stegeman's vader)

 

 
Cloaca Nederland BV heeft makelaardij Savills Nederland Holding BV opdracht gegeven een bedrijfs-onroerend goed te verkopen. Savills heeft daartoe en verkoopbrochure opgesteld en daarin vermeld dat het bedrijfspand 12.000 m2 groot is. Die informatie ontleende Savills aan een berekening eerder opgemaakt door DTZ Zadelhoff.
Er meldt zich een belangstellende, die duidelijk maakt dat hij de koop overweegt om het terrein weer te kunnen verhuren. Partijen komen tot zaken.
Na de levering ontdekt de koper dat het bedrijfspand niet 12.000 meter groot is, maar slechts 10.000 m2.

De verkoopbrochure vermeldt:
 "Deze informatie is geheel vrijblijvend, uitsluitend voor geadresseerde bestemd en niet bedoeld als aanbod. Ten aanzien van de juistheid kan door Savills Nederland B.V. geen aansprakelijkheid worden aanvaard, noch kan aan de vermelde informatie enig recht worden ontleend."  En
"Deze brochure is door ons kantoor met de meeste zorg samengesteld aan de hand van de door de verkoper aan ons ter hand gestelde gegevens en tekeningen. Derhalve kunnen wij geen garanties verstrekken, noch kunnen wij op enigerlei wijze eventuele aansprakelijkheid voor deze gegevens aanvaarden."
De transportakte bepaalt:
"Indien de door de verkoper opgegeven maat of grootte of de verdere omschrijving van het verkochte niet juist of niet volledig zijn, zal geen van partijen daaraan enig recht ontlenen."

Desalniettemin vordert de koper dat verkoper Cloaca en makelaar Savills hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden doordat het bedrijfspand een aanmerkelijk kleinere gebouwde oppervlakte heeft.

In appèl worden de vorderingen toegewezen, maar de Hof-arresten overleven de toetsing door de Hoge Raad niet.

In de procedure tegen de makelaar  heeft het hof overwogen dat een redelijk bekwaam en redelijk handelend makelaar, alvorens de oppervlakte van een pand aan aanstaande kopers ter kennis te brengen, deze oppervlakte in het normale geval zelf dient op te meten. In het geval de gegevens van zijn opdrachtgever afkomstig zijn, dient de makelaar volgens het Hof eerst te onderzoeken of deze informatie wel geheel juist is, ook als de gegevens uiteindelijk van een andere makelaar afkomstig zijn. Als de makelaar niet zeker is van de afmetingen behoort hij volgens het Hof die onzekerheid kenbaar te maken. Dat heeft Savills volgens het Hof allemaal niet gedaan, terwijl het haar duidelijk was dat de oppervlakte voor koper van belang was omdat die het bedrijfspand wilde gaan verhuren, heeft het hof geconcludeerd dat Savills, hoewel zij zelf niet wist dat de informatie over de oppervlakte onjuist was, niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft gehandeld en dat dit onzorgvuldig handelen aan Savills verwijtbaar en toerekenbaar is.

De Hoge Raad blijkt het (in LJN BV6162) niet eens te zijn met de door het Hof als uitgangspunt genomen verplichtingen van de makelaar: "De vraag of een makelaar die bij een transactie betrokken is, gehouden is om zelfstandig te (laten) controleren of van de opdrachtgever of een derde ontvangen gegevens die onder zijn verantwoordelijkheid aan potentiële kopers worden meegedeeld, juist zijn, kan niet in haar algemeenheid worden beantwoord. Dat antwoord is afhankelijk van de omstandigheden van het geval."

Verder had het Hof geoordeeld dat Savills zich jegens de koper niet kon beroepen op de voorbehouden in de verkoopbrochure, omdat Savills met de koper geen contractuele relatie had.  Ook dat oordeel overleeft de cassatieprocedure niet: "Het antwoord op de vraag of - en zo ja, in hoeverre - een potentiële koper op de juistheid van de door een makelaar verstrekte informatie mag afgaan, is onder meer afhankelijk is van eventuele mededelingen van de makelaar over de mate waarin hij voor de juistheid van die gegevens instaat. Daaraan kan niet afdoen dat hij jegens de potentiële koper niet in een contractuele verhouding staat."

Voor het geval Savills zich jegens de koper wèl op de exoneratieclausule uit de verkoopbrochure zou kunnen beroepen, overwoog het Hof (in de motivering door het Hof dus ten overvloede) dat een beroep op die clausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is vanwege de omvang van de door koper te lijden schade, bestaande in de jaarlijks te derven huurinkomsten.

En ook dat oordeel sneuvelt. Volgens de Hoge Raad geeft het hof in de aangehaalde overweging onvoldoende inzicht in zijn gedachtegang. Indien het heeft geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat koper door de kleinere oppervlakte jaarlijks een aanzienlijk bedrag aan huurinkomsten derft, reeds aan het beroep op het exoneratiebeding in de weg staat, ongeacht de overige omstandigheden van het geval, getuigt zijn oordeel van een onjuiste rechtsopvatting (…).

Het Hof-arrest wordt dus aan flarden geschoten. Er volgt verwijzing naar het Hof 's-Hertogenbosch.

Benieuwd wat er daar gaat gebeuren. Jérôme de Jong van Lier vertelde aan mij dat hij denkt dat een verkoopbrochure er toe dient een verkoop mogelijk te maken, door er potentiële kopers mee te informeren. Het lijkt hem niet van deze tijd dat er bij ernstige onjuistheden in zo'n brochure onder de aansprakelijkheid uitgekomen kan worden met een beroep op een algemene "standaard" exoneratieclausule. Wie een mededeling doet, moet instaan voor de juistheid ervan, of specifiek aangeven op welke gronden twijfel over de juistheid van die informatie is gerechtvaardigd. En als hij niet wil instaan voor de juistheid van zijn mededeling, schuift hij die gewoon in de schoenen van mij, de vader van Lodewijk Stegeman.

LJN BU9891is het tweede arrest over de zelfde casus. Dat arrest is gewezen in de rechtsstrijd tussen de koper en Cloaca (verkoper). Cloaca, die was aangesproken wegens de non-conformiteit, had zich beroepen op het exoneratiebeding in de transportakte. Bij het Hof slaagde dat beroep niet, omdat het Hof het beroep op het beding onaanvaardbaar achtte, mede gelet op de omvang van het bedrag aan gederfde inkomsten dat koper aldus jaarlijks mist.
En ook dat gaat bij de HR onderuit. Het oordeel dat, ongeacht de overige omstandigheden van het geval, de enkele omstandigheid dat koper door de kleinere oppervlakte jaarlijks een aanzienlijk bedrag aan huurinkomsten derft,  reeds aan het beroep op het exoneratiebeding in de weg staat, getuigt volgens de Hoge Raad van een onjuiste rechtsopvatting.

 

Vriendelijke groet,

De vader van Lodewijk Stegema